Genealogie Roelofs
Joannes (Jan) Hartjes |
| Geboren | 24-06-1780 Braamt Gem. Bergh Bron |
| Gedoopt | 27-06-1780 Zeddam Scan |
| Overleden | 08-03-1847 Braamt Gem. Bergh Bron |
| Leeftijd | 66 |
| Gezindte | R.K. |
| Beroep | Dagloner |
| Vader | Fredericus HartjesFredericus (Frederik) Hartjes ![]() ~ 11-08-1748 Gendringen † 08-08-1821 Braamt Gem. Bergh ∞ Joanna Guiliker, 06-11-1774 Zeddam, 5 kinderen ∞ Anna Meijsen, 30-05-1784 Zeddam |
| Moeder | Joanna GuilikerJoanna Guiliker ![]() ~ 18-09-1739 Zeddam [] 24-11-1783 Zeddam ∞ Fredericus (Frederik) Hartjes, 06-11-1774 Zeddam, 5 kinderen |
| Partner | Hendrina CornelissenHendrina Cornelissen ![]() ~ 19-04-1785 Oud Zevenaar † 10-10-1852 Braamt Gem. Bergh ∞ Joannes (Jan) Hartjes, 11-05-1810 's-Heerenberg, 7 kinderen |
| Huwelijk | 11-05-1810 's-Heerenberg Scan |
| Kinderen |
|
|
Omstreeks 1817 kocht Jan Hartjes, geboren in Braamt op 24 juni 1779 (bevolkingsregister Bergh), zoon van Frederik Hartjes en Johanna Gulliker, in Boven-Braamt een huis met erf en een stuk bouwland, respectievelijk groot 1 roede en 92 ellen, bekend op de kadastrale legger van de gemeente Zeddam onder Sectie H 251 en H 250. Het huisje werd gedeeld met Willem Koster en officieel was de helft van het huis, waarin Willem met zijn gezin woonde, genummerd 222. Hij had het recht van opstal, maar had in 1816 een grote uitverkoop gehad. Waarschijnlijk kocht Jan Hartjes de opstal, echter een koopcontrract is niet te vinden in de archieven. Jan Hartjes woonde tot die tijd, in ieder geval tot 1817 mogelijk zelfs tot 1828, samen met zijn vrouw Hendrina in het Gerrit Winolts-hutje in Beneden-Braamt. Jan trok met zijn vrouw Hendrina en hun kinderen in de andere helft van dit huisje. Deze helft had als huisnummer 220. In de periode van 1840 tot 1850 werd het druk in huize Hartjes: aan de kant van Jan, op nummer 220, komt ook nog wonen op 220a Gradus Berentsen, die met Elisabeth Visser was getrouwd. Aan de ander kant van Jan komt zijn zoon Hendrik Hartjes, die met Theodora van Uum uit Wehl was gehuwd en ook nog Jan Kuster, de strodekker, met zijn vrouw Maria Wielreman en hun kinderen en dat allemaal op nummer 220b. In 1842 kocht Jan Hartjes er een stuk bouwland bij ter grootte van 49 roeden en 30 ellen. Hij overlijdt echter op 8 maart 1847 en vanaf dat moment leidt zijn zoon Hendrik zijn gezin en dat van zijn moeder. Zijn moeder, Hendrina, vertrok op 1 mei 1852 vanuit Braamt om bij haar dochter Johanna te gaan wonen. Johanna was getrouwd met Gradus Jansen en woonde in Kilder. Hendrina had het in Kilder waarschijnlijk toch niet zo naar haar zin, want nog dezefde maand keert ze terug naar Braamt. Zij overleed daar in haar eigen huis op 10 oktober 1852, 's-nachts omstreeks 02.00 uur. Haar schoonzoen Gradus Jansen deed bij de gemeente aangifte van het overlijden. Het huisje waarin zoveel gezinnen woonden of gewoond hadden, had inmiddels een nieuw huisnummer gekregen en wel Braamt nummer 38. Wellicht zijn de 2 helften van deze woning weer verenigd, termeer omdat in de Memorie van aangifte der nalatenschap van Hendrina niet meer over 2 helften wordt gesproken. Dit in tegenstelling tot de memorie van aangifte der nalatenschap van Jan Hartjes, waarin duidelijk wordt gesproken over "de helft van ene hut gelegen te Braamt voornoemd, doch bij het kadaster niet bekend of aangeslagen". Bron: Uit Old Ni-js nr. 52 |
|