Ficko Jans Hovinck





In het jaar 1666, op de avond van 2 oktober om half zeven, verschenen voor mij, notaris,
Ficko Jansz Hovingh, meester kleermaker, wonend in de Korsjenspoortsteeg binnen deze stad,
en zijn echtgenote Maria Brinckhuijs. Beiden verklaarden zij dat ze gezond van lichaam waren,
bij hun volle verstand, geheugen en spraak, zoals dit duidelijk merkbaar was.

Overwegend de kwetsbaarheid van het leven, de zekerheid van de dood en het onzekere moment daarvan,
hebben zij, na een christelijke aanbeveling van ziel en lichaam, hun testament en uiterste wil gemaakt.
Hiermee herroepen zij alle eerdere testamenten en uiterste willen.

Zij verklaarden dat hun huwelijk zonder huwelijkse voorwaarden was gesloten,
volgens de algemene rechtsregels van dit land, waardoor er sprake is van algehele gemeenschap van goederen.
Op basis hiervan legateerde de heer Ficko Jansz aan zijn vrouw Maria Brinckhuijs zijn aandeel in de gemeenschap,
bestaande uit kleding van linnen, wol, zijde en andere stoffen, alsmede sieraden en persoonlijke bezittingen.
Deze mocht zij volledig behouden zonder enige tegenspraak.

Daarnaast legateerde hij aan zijn dochter Maria Hovingh 24 nieuwe hemden van haar overleden
moeder Swaentje Jans, samen met haar moeders testamentboek met zilveren sloten,
een zilveren ketting met toebehoren, en een som van 400 Carolus-guldens.

Hij benoemde als zijn enige en universele erfgenamen zijn twee kinderen uit zijn
eerdere huwelijk met wijlen Swaentje Jans, namelijk Johannes en Maria Hovingh.
Eventuele kinderen uit zijn huidige huwelijk met Maria Brinckhuijs zouden gelijkelijk delen in de erfenis.
Indien een van hen overlijdt, zal diens wettige nakomeling in diens plaats komen.

Tot voogden over zijn minderjarige kinderen stelde hij aan: zijn neef Jan van Alen en Gerrit Jansz, scheerman,
en over de kinderen uit zijn huidige huwelijk benoemde hij zijn echtgenote Maria Brinckhuijs.
Zij kregen volmacht om hun voogdij naar goed recht uit te oefenen en mochten in geval van overlijden
van een voogd een ander geschikt persoon aanstellen.

Maria Brinckhuijs verklaarde eveneens dat, indien haar echtgenoot haar zou overleven,
hij haar enige en universele erfgenaam zou zijn, behoudens een legaat van haar legitieme portie aan Neeltje Hommes,
haar moeder, indien deze nog in leven zou zijn.

De heer Ficko Jansz Hovingh verleende hierbij alle nodige macht aan de heer Jan van Alen,
zodat deze als voogd kon optreden zoals het recht voorschrijft.
Verder verklaarde hij dat alle eventuele voogdijen die nog na deze datum door hem zouden worden ingesteld,
hiermee geldig zouden zijn. Hij verontschuldigde zich tevens aan de heren weesmeesters,
zowel van deze als van andere plaatsen, voor eventuele zaken die zij met betrekking tot dit testament zouden betreffen.

Hij en zijn vrouw, de testateuren, verklaarden dat dit hun definitieve testament en uiterste wil is, inclusief alle voorwaarden,
legaten en beschikkingen die hierin zijn opgenomen. Zij bevestigden dat dit document als testament, codicil, schenking
ter gelegenheid van de dood, of op een andere wijze rechtsgeldig en onherroepelijk moest worden nageleefd en uitgevoerd.
Dit ondanks dat formele voorschriften, gewoonten of gebruiken mogelijk niet volledig waren nageleefd.

Jansz Hovingh verklaarde hierbij met deze akte alle bevoegdheden te geven die voogden rechtens toekomen.
Daarbij verzocht zij, de testatrice, de heren weesmeesters, zowel van deze stad als van andere steden en plaatsen,
en anderen vrij te stellen en uit te sluiten van alle verplichtingen.

Het voorgaande vastgesteld hebbende, verklaarden de testateurs dat dit hun respectieve testament en uiterste wil was.
Zij wilden dat dit document, zowel in de vorm van een testament als in de vorm van een codicil,
in geval van overlijden of andere omstandigheden, als geldig en bindend zou worden beschouwd,
en zonder voorbehoud zou worden nageleefd en uitgevoerd.

Zelfs indien enige formaliteiten of clausules die door recht of gewoonte vereist zijn,
hierin niet zouden zijn nageleefd, zou dit document toch volledig geldig blijven.

Deze akte werd opgemaakt in Amsterdam, in het huis van mijn notaris, gelegen aan de Fluwelen Burgwal bij de Armsbrug,
in aanwezigheid van Paulus Warnaer en Anthonij van Voorthuijsen de Jonge,
klerken van mijn notariaat en geloofwaardige getuigen die hiervoor werden verzocht en opgeroepen.


Deze akte is opgesteld in Amsterdam op 2 oktober 1666 en ondertekend door de genoemde partijen en getuigen.

Ondertekend door:
Ficko Jansz Hovingh
Maria Brinckhuijs
Johannes Boots
Gerrit Blijdens
Anthoni van Voorthuijsen de Jonge