|
In de naam van God, Amen. Laat het bekend zijn aan een ieder dat, in het jaar van onze Heer, Jezus Christus, 1661, op de 12e dag van de maand juli, zijnde een donderdagmiddag omstreeks het middaguur, voor mij, Gerrit Meyes, notaris openbaar geadmitteerd door het Hof van Holland, binnen Amsterdam, zijn verschenen en erkend de eerzame Harmen Dirck Harmensz Brinckhuijs en Neeltje Hommes, echtelieden, wonende in deze stad op de Angeliersgracht, aan mij, notaris, welbekend, zijnde beiden gezond en sterk van lichaam en helder van geest en rede, zoals niets anders te zien of te horen was. Deze verklaarden bij deze hun testament te bevestigen en als van volledige waarde te beschouwen, zoals opgesteld door hen beiden, op de 28e september 1655, voor notaris Johannes Hellerus en getuigen. Zij hebben bij dit testament bepaald dat hun drie dochters of de langstlevende van hen, na het overlijden van de langstlevende van de testamentmakers, een speciaal legaat zullen ontvangen, namelijk het huis en erf waarop zij nu wonen, gelegen binnen de stad op de Angeliersgracht. Dit alles onder de voorwaarde dat, bij het overlijden van een van de genoemde testamentmakers, de drie dochters of de langstlevende van hen zonder kinderen in leven, het huis en erf opnieuw geërfd en verdeeld zal worden door de langstlevende van hun dochters. Indien ook de laatstgenoemde dochter zonder kinderen komt te overlijden, zal het huis en erf terugvallen op de zonen van de testamentmakers of hun erfgenamen. Bij het ontbreken van kinderen zal dit overgaan op hun erfgenamen bij representatie, zonder dat de dochters anders mogen beschikken over het huis en erf. Verder hebben zij bepaald dat alle overige nalatenschap, naast het genoemde legaat, eveneens volledig zal worden nagelaten aan hun dochters. Indien er geen erfgenamen zijn, zal de nalatenschap verdeeld worden onder de kinderen van hun kinderen volgens de regels van representatie. Tot slot verklaarden de testamentmakers dat dit hun laatste wil en testament was, dat na hun overlijden nageleefd en uitgevoerd dient te worden. Indien nodig, zal dit testament gelden als codicil, met alle rechtsgeldigheid als ware het hun laatste wil. Opgemaakt en gepasseerd ten kantore van mij, notaris, aan de Singel binnen Amsterdam, in aanwezigheid van Jan Uytteneeckhout en Hendrick Bestelingh, als getuigen. Getekend en bevestigd op de hierboven genoemde datum. [Handtekeningen] • Harmen Dic Harmensz Brinckhuijs • Neeltje Hommes • Jan Uytteneeckhout (getuige) • Hendrick Bestelingh (getuige) • Gerrit Meyes, notaris |